Als je geen goede pannen hebt, dan kun je nog zo lang in de keuken staan maar krijg je je biefstukje, gehakt of kipfiletje nooit zoals het eigenlijk de bedoeling was. En, ook belangrijk: die ene goede pan kun je beter maar niet voor álles gebruiken.
Tot voor kort had ik de beschikking over drie soorten pannen:
- één waarin alles zwart aanbrandde, wat je er ook maar in deed (dankzij de verdwenen antiaanbaklaag)
- één waarin vlees nooit een lekker krokant korstje kreeg (dankzij de nog aanwezige antiaanbaklaag)
- en één kookpan die eigenlijk alleen geschikt was voor een potje groenten of drie aardappelen, omdat 'ie bij meer voedsel gewoonweg overstroomde.
Kort samengevat: panne.
Inmiddels heb ik een keur aan kookpannetjes (met deksel, verkort de opwarmtijd aanzienlijk) en bakpannen. Vooral in de laatste categorie zijn nog aardig wat variaties te vinden. Zo zijn pannen zonder antiaanbaklaag geschikt voor vlees, omdat het vlees even aan de pan vastkleeft als het dichtschroeit op hoge temperatuur, wat dat lekkere korstje geeft. Daar heb je dan weer varianten in met putjes en ribbeltjes (grillpan), zodat de pan op bepaalde plekken heter wordt en een gelijkmatig patroon in het vlees schroeit.
Dan de antiaanbaklaag. Die schijnt weer op z'n retour te zijn omdat er allerlei materialen zijn uitgevonden die nog minder aanbakken en vooral nog minder afbrokkelen na verloop van tijd, maar het blijft handig als je niet elke seconde bang wil zijn dat je gasten het eten met beitel en hamer uit de pan moeten bikken. Daarom heb ik dus ook gewoon een wok met antiaanbaklaag, terwijl de 'echte' koks dat heel stoer zonder kunnen. En mijn koekenpan heeft ook gewoon een mooi zwart laagje. Liever daar wat zwarts dan op de aardappeltjes, toch?
Het enige dat ik nog mis, is een hapjespan. Die zijn namelijk lekker functioneel als je een gerecht maakt dat een tijdje moet pruttelen of als je een kliekje opwarmt. Dan is zo'n grote wok namelijk niet handig.
En een tip van mijn vader, omdat het heerlijke vlees anders alsnog wordt verpest: de pan moet eerst rustig opwarmen, daarna kan olie of vet erin worden gedaan en pas als dat flink heet is, mag het eten erin. Oh, én zorg ervoor dat de handgrepen niet te dicht op het (andere) vuur staan, anders worden ze te heet.
Met alle kennis die ik inmiddels heb vergaard over koekenpannen, wokpannen, steelpannen, grillpannen en kookpannen, kan het niet meer misgaan. Nou ja, bijna niet. Eén probleempje namelijk: mijn gasfornuis is vaak te klein om er vier (flinke) pannen op te zetten. Maar ach, zo blijft koken tenminste nog een uitdaging.